Reisverslag Kevelaer 2008

 

De reden van de pelgrims om naar Kevelaer te gaan, zal uiteraard zeer uiteenlopend zijn. Voor de één is dat uitsluitend de Mariadevotie, voor de ander het neerleggen van zorgen en verdriet, de traditie, de mooie reis, de gezelligheid, het lekkere eten of een combinatie daarvan. Het kan allemaal, en daar is ook ruimte voor tijdens de tweedaagse tocht van de parochies Bergen op Zoom en Omstreken. In principe is men vrij in een keuze van de daginvulling.

 

Op 18 en 19 augustus zijn we al vroeg per auto op weg naar onze startplaats Kwadendamme. Voor ons uit zien we de comfortabele reisbus rond half zeven bij Lange Weegje ook die kant op gaan. Keurig op tijd worden de eerste pelgrims geladen en nog voor 7 uur zetten we al koers richting de andere woonplaatsen in de Zak: Ovezande, ’s Heerenhoek, Lewedorp en Heinkenszand. In Goes komen de laatste Zeeuwen aan boord en dat brengt het totaal op 47 en vervolgens komt daar aan de Wouwse Tol nog één pelgrim bij en stevenen we richting parkeerplaats Raakeind waar de bussen zich verzamelen, in totaal 6 bussen met aan boord zo’n 300 pelgrims, waarbij de vrouwen stevig in de meerderheid zijn.

 

 

 

Klokslag 10 uur zet de stoet zich in beweging. Vanaf dat moment is de 261e bedevaart echt begonnen en dat wordt merkbaar. In De Zeeuwse bus worden op aangeven van de reisleidster naar hartelust Marialiederen gezongen, hetgeen aan de buschauffeur de opmerking ontlokt dat dit voor hem sterk op de E.O. Jongerendag lijkt. Nou ja, jongeren…….…Er is in ieder geval niemand onder de veertig jaar. Het gezang wordt van tijd tot tijd afgewisseld met wat lezingen, een litanie, of een tientje.

Daarna kunnen de schorre en droge kelen worden gesmeerd bij de tussenstop in de feesterij ’t Lijssels Vertier in Liessel in de Peel op 30 km van de Duitse grens. Na de grens is het nog 10 km naar het Mariaoord Kevelaer. In convooi rijden wij met dan langs het eerste teken van Hemels vuur, een enorme windmolen die getroffen is door de bliksem en één van zijn wieken mist. Een geblakerd stompje getuigt daarvan.

 

De aanlooproute is overigens minder mooi dan jaren terug, want een tocht door de dorpen in het landschap binnendoor is onmogelijk geworden vanwege de talrijke rotondes op de route, die erg vervelend voor de touringcars zijn.

 

De bussen mogen ook de binnenstad van Kevelaer niet in. Ontscheept wordt op het marktplein waar een oldtimer van het hotel staat te wachten op onze bagage. De processie wordt opgesteld, en voorafgegaan door de vertrouwde klanken van het koor houden we onder lichte regenval de plechtige intocht richting binnenstad en Basiliek voor het Openingslof. Na het welkom beleven we in een korte viering met Marialiederen en de wijding van de Pelgrimskaars ook de huldiging van de jubilarissen.

 

Naast 3 pelgrims die elk 25 keer deelnamen aan de bedevaart is er ook een dame die al voor de zestigste keer (briljant) Kevelaer bezoekt. Hoe deze staat van dienst precies tot stand is gekomen en wanneer ze precies begonnen is weet zij zelf niet meer, maar het is in ieder geval onderbroken door de oorlogsjaren. Op dit moment is de jubilaris 88 jaar.

 

Hierna is er nog volop gelegenheid voor het wereldse gebeuren. Op naar de ontvangst in het hotel met koffie en gebak en inchecken.

Horeca en winkels nodigen voor een speurtocht door de binnenstad. Velen maken daar dankbaar gebruik van en er worden links en rechts eenvoudige maar soms ook schitterende aankopen gedaan. Zo is er iemand met een glas in rood raam onder de arm met een afbeelding van…….Zeeuwse knollen.

 

Maar er wacht ook nog een reeks van religieuze activiteiten. Allereerst een Mariaviering in de architectonisch moderne Pax Christikapel. In wezen in de buitenlucht maar toch overdekt door een glazen koepel. Niet erg sfeervol. In plaats van het geplande stiltemoment is er een overdenking en vervolgens het Rozenhoedje en Magnificat. De pelgrims blijken meesters in het afwerken van de 5 tientjes. Toch duurt het geheel iets te lang met als gevolg dat het concert door het koor in de Kaarsenkapel daardoor moet worden ingekort. Jammer, want wat zij brengen is geweldig.

 

Vervolgens storten wij ons allen in het hotel op de maaltijd. Het zeer uitgebreide buffet lacht eenieder toe. Een weldaad voor het verhemelte en velen moeten een knoopje aan de kleding losser zetten in de aanloop naar de Hoogmis in de avonduren.

Er zijn een zevental priesters, diakenen, acolieten die de Eucharistieviering in goede banen leiden. Dat priesters en ambtbekleders niet altijd alles weten is ook gauw duidelijk. Op onze vraag weten zij niet te vertellen wat zich precies in de holle en verlichte ruimte van het altaar bevindt. Er worden allerlei antwoorden bedacht, een hart, twee handen, maar de Duitse ordebewaker brengt uitkomst: ‘Eine Rose’, het zinnebeeld van Maria.

 

Het is trouwens opvallend dat, in tegenstelling tot diensten bij sommige andere kerkgenootschappen, bij vieringen van R.K.signatuur naast de intens serieuze momenten ook de blijmoedigheid en de glimlach dikwijls behouden blijven en daarvan zijn ook bij deze pelgrimstocht een paar uitingen van genoteerd.

 

Na het uitspreken van de zeer vele intenties en het machtige slotlied Magnificat besluiten we de avond met een Lichtprocessie vanuit de Basiliek naar de Genadekapel waar de reeks vieringen door het koor wordt afgesloten met het lied ‘OLV van Brabant’. De pelgrims zoeken aansluitend hun heil bij wat geestrijk vocht of een italiaans ijsje rondom het plein. Anderen verpozen zich in het hotel met het duivels prentenboek, een pokerspelletje.

 

Tussen de eerste en tweede dag zit maar een kort nachtje, want om 6.30 uur worden we aan het ontbijt verwacht. Ook het ontbijt is weer overvloedig en er wordt veel gevergd van de zelfbeheersing der pelgrims in het belang van hart en bloedvaten.

Een uurtje later begeven we ons alweer naar de Basiliek voor de Dagmis met alle bekende elementen, deels in Latijn, en veel Marialiederen, en nog meer intenties.

 

 

 

De voorganger brengt een mooie overdenking die wreed wordt verstoord door een binnenkomend persoon op krukken (een toevallige buitenlandse bezoeker?) die voor het altaar langs van de ene zijbeuk overstak naar de andere zijbeuk zonder op of om te kijken. De pastoor onderbreekt zijn toespraak, begroet hem met “Goede morgen” maar krijgt geen reactie. “Kijk mensen, dat was nu een Pelgrim”, en hij gaat verder met zijn overdenking.

 

Dus ook hier ontbreekt de glimlach en levensvreugde niet. Men krijgt niet de kans in te dutten al is dat wel het geval met nota bene één van de oudere priesters die, toen het moment was aangebroken om samen met de anderen op te staan van hun zetel om te knielen voor het Allerheiligste op het altaar, geen vin verroert, zodat hij moet worden gewekt met een flinke tik op de schouders, waarna hij wakker schrikt en zich ijlings richting altaar spoed. Leuk, er gaat merkbaar een golf van plezier door de kerk. Het programma is voor hem te vermoeiend gebleken.

 

Minder leuk is dat een ambtsdrager zwaaiend met het wierookvat de treden van het hoge liturgisch centrum afdaalt en struikelt. Ook dat geeft een reactie in de kerkzaal. Er gaat een siddering van schrik door de rijen der pelgrims. Maar het loopt goed af en onbewogen herstelt hij zich zonder schade.

 

Na afloop is er vanuit de Basiliek meteen de opstelling voor de Kruisweg. Hier splitsen de 300 pelgrims zich spontaan in twee ongeveer gelijke groepen. Dus zowel de Kleine in de Pax Christikapel als de Grote Kruisweg in het park rondom de begraafplaats kennen een gelijkwaardig deelnemersveld.

 

Dit jaar kiest de schrijver dezes voor de (zittende) Kleine Kruisweg, natuurlijk ook hier omlijst met de bekende acclamaties en het Onze Vader en Ave Maria. Het koor gaat daarbij zingend van statie naar statie en de priester spreekt achter de katheder de verbindende teksten. Op zich gaat dat uitstekend, totdat hij bij de 12e statie (Jezus sterft aan het kruis) een enorme niesbui moet trotseren. Er komen enkele grote niesen en dan stokt het secondenlang. Het hoofd achterover, met de zakdoek voor de open mond komen er enkele bewegingen maar de volgende nies wil maar niet doorbreken. Hij hapt naar adem en zegt dan: ……..”Ja, maar ik sterf nog niet, hoor”.

 

Hij schrikt zelf een beetje van zijn opmerking, maar het wordt met een glimlach door de aanwezigen aanvaard. Weer zo’n voorbeeld van tolerantie en levensvreugde van de pariochianen.

De priester is trouwens goed op dreef want hij eindigt de bijeenkomst onverwachts met een paar razendsnelle zinnen: De koffie wacht, het bier schuimt, het gebak is kostelijk, In de Naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest. Amen.

En dat laten de pelgrims zich geen tweemaal zeggen. Opgewekt laten zij zich de koffie, het bier, het gebak en het ijs smaken.

Er rest dan nog slechts het Afscheidslof, een korte viering met Marialiederen met de besprenkeling van de pelgrims met wijwater en de wijding van de aangeschafte devotionalia.

 

Het afscheid van Kevelaer nadert en iedere pelgrim, een beetje zwaarder en breder, schuifelt via een conditorei of anderszins terug naar de voertuigen die ons via dezelfde weg (inclusief file en stortbui) terugbrengen naar Goes waar de eerste pelgrims zich weer ontschepen en terugkijken op een prachtige, soms emotionele, soms vreugdevolle bedevaart.

N.N.